De koelers van de kerncentrale

De koelers van de kerncentrale,

staan als vazen, hoog gericht,

het zijn net afgeknipte dijen,

met stoom uit knieen, fraai gezicht.

Er tussen ligt een prachtig stelsel,

van flenzen, buizen en een moer,

het lijkt soms wel een echte heuvel,

van een dame, wachtend op de loer.

Zij zucht, met trillende vibraties,

haar spieren kloppend door de lucht,

als haar water dan gekoeld wordt,

hijgt zij stevig na de vlucht.

De koelers van de kerncentrale,

staan als vazen, hooggericht,

het zijn net afgeknipte dijen,

de knieen open, naar het licht.


Vers: Ben F. Wesdijk




Volgende

Een Haagse lente

Vorige

De rivier

Facebook twitter Whatsapp